
Zoals de meeste mensen op een gegeven moment door de puberteit gaan, zo ga ik elk jaar door de Valenteit. De valenteit begint rond 20 januari, en duurt geen dag langer dan 14 februari. Gedurende deze periode raak ik altijd verliefd, schrijf talloze balladen, gedichten, fotoshop hele roze gesamt-kunstwerken bij elkaar. En vernietig deze weer. Ik haal mijn grote rode rol karton te voorschijn, waar ik reusachtige Valentijnskaarten van zou kunnen maken, staar wat naar deze rol, teken wat vertwijfelde pogingen tot een hart op die rol, begin soms zelfs met uitknippen, en in het beste geval schrijf ik er zelfs een (meestal gejatte), quasi/diepzinnige tekst op. Dan verval ik in diepe melancholie, fiets door de hele stad, staar op de punt van het Java-eiland naar de einder, fiets terug naar huis en verbrand de kaart, en berg de rol weer op tot de volgende Valenteit. Op 15 februari voel ik de liefde nog wat nasmeulen in mijn hart, en ga langzaam op weg naar het begin van de Lente, Milaan-San Remo, de Primavera, wanneer er weer aanleiding is voor grote gevoelens, die ik niet uit tegen enige ware of onware liefde, maar door de polder fietsend in grote pathetische liederen verwerk, die alleen de zwanen, de lammetjes, en de eerste zwaluwen zullen bewonderen.