
Naast de schoorsteen
M. woonde op kamers en werkte in de haven. En omdat in ons land geen vulkanen zijn, woonde M naast een schoorsteen. Een enorme bakstenen schoorsteen van de plaatselijke fabriek. Als M. niet werkte, dan dronk hij. M. nam dat drinken, net als zijn werk erg serieus. Zijn zolderkamer was gevuld met lege flessen, literflessen, waar goedkope Albert Heijn-wijn in gezeten had. Het waren er honderden, allemaal vakkundig leeggedronken, de meeste door M., en een paar door zijn vrienden. Het liefst dronk M. alleen, maar soms waren er vrienden die meedronken. ‘Some drink to remember, some drink to forget’, zei M. dan en opende steeds weer een nieuwe fles, tot die vrienden vertrokken en dan dronk hij weer alleen.
’s Morgens vertrok hij naar de haven, aan de andere kant van de stad, waar hij productiewerk verrichtte voor een firma met de welluidende naam George and Sons /Tropical IMports and EXports. De eerste uren waren vaak wat zwaar, maar omdat hij vrijelijk mocht drinken uit de imports als hij het maar aankruiste op het daar voor bestemde Consumed Beverages-formulier, werd het werk gedurende de dag steeds dragelijker. ’s Morgens dronk hij ginger ale, wat zijn kater wegnam, en ’s middags Heavy Duty, een onduidelijke drab, in halve literblikjes, die smaakte naar het zoete zweet van subtropische vrouwen, gemengd met rum. Dit drinken zorgde ervoor dat als de werkdag er weer op zat M. altijd met een goed humeur naar huis fietste en ook dat M. elke vrijdag wat minder geld kreeg dan waarop hij had gehoopt.
Zo werkte M, zo dronk en zo schreef hij, enige jaren achtereen, tot zijn niet al te grote ontevredenheid. De schoorsteen rookte, George en zijn zonen zorgden voor de nodige import en export, de huur werd betaald, en af en toe kreeg M. een stuk lasagna van zijn hospita.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten