woensdag 11 juni 2008

De eerste zin voorbij (een inleiding)


Naast de schoorsteen

M. woonde op kamers en werkte in de haven. En omdat in ons land geen vulkanen zijn, woonde M naast een schoorsteen. Een enorme bakstenen schoorsteen van de plaatselijke fabriek. Als M. niet werkte, dan dronk hij. M. nam dat drinken, net als zijn werk erg serieus. Zijn zolderkamer was gevuld met lege flessen, literflessen, waar goedkope Albert Heijn-wijn in gezeten had. Het waren er honderden, allemaal vakkundig leeggedronken, de meeste door M., en een paar door zijn vrienden. Het liefst dronk M. alleen, maar soms waren er vrienden die meedronken. ‘Some drink to remember, some drink to forget’, zei M. dan en opende steeds weer een nieuwe fles, tot die vrienden vertrokken en dan dronk hij weer alleen.

’s Morgens vertrok hij naar de haven, aan de andere kant van de stad, waar hij productiewerk verrichtte voor een firma met de welluidende naam George and Sons /Tropical IMports and EXports. De eerste uren waren vaak wat zwaar, maar omdat hij vrijelijk mocht drinken uit de imports als hij het maar aankruiste op het daar voor bestemde Consumed Beverages-formulier, werd het werk gedurende de dag steeds dragelijker. ’s Morgens dronk hij ginger ale, wat zijn kater wegnam, en ’s middags Heavy Duty, een onduidelijke drab, in halve literblikjes, die smaakte naar het zoete zweet van subtropische vrouwen, gemengd met rum. Dit drinken zorgde ervoor dat als de werkdag er weer op zat M. altijd met een goed humeur naar huis fietste en ook dat M. elke vrijdag wat minder geld kreeg dan waarop hij had gehoopt.

‘s Zaterdags was M vrij en schreef hij aan zijn meesterwerk. Hij had in vijf jaar tijd precies één zin geschreven, maar hij hield zichzelf en ook eventuele anderen voor dat de openingszin het belangrijkst is, en dat is natuurlijk ook zo, maar uitgevers willen graag na die ene zin nog wat pagina’s om het werk wat volume te geven, en dus werkte M elke zaterdag aan een vervolg op die zin. Maar alles wat volgde op de openingszin stond in de schaduw van die zin, en gedurende de zaterdag verdorde alles wat hij schreef in die schaduw, en aan het eind van de dag wierp M. dan alles weg, alles behalve die zin, die eenzaam achterbleef, en een week later probeerde M dan weer om er een passend vervolg op te schrijven, en elke week verdween dat vervolg weer in de prullenbak.

Aan zijn ouders schreef hij lange brieven, die hij eerst in een envelop stopte, en overvloedig frankeerde voordat hij ze verscheurde, en in diezelfde prullenbak gooide als waar zijn andere Zaterdagse schrijfselen in eindigden. Zondags klom hij dan, nog voor het ochtendgloren, met op zijn rug in een kleine rugzak de prullenbak, uit zijn zolderraam, liep via de dakgoot naar een punt van het dak, waar vandaan hij met een kleine sprong de roestige treden bereikte van een ladder die hem bracht tot net onder de top van de schoorsteen, waar hij onder het mompelen van ‘Ashes to ashes, dust to dust’, de prullenbak leegde. Dan klom hij naar beneden, sprong terug het dak op, wurmde zich door het dakraam, en bereidde op een driepits gasstel gebakken eieren met spek, tomaat en tabasco, die hij legde op oude Hartog-boterhammen, en staand voor het open raam, wegspoelde met mokken sterke koffie, uit een Italiaans pruttelpotje, dat hij na vijf jaren trouwe dienst van de oude George cadeau had gekregen.

Zo werkte M, zo dronk en zo schreef hij, enige jaren achtereen, tot zijn niet al te grote ontevredenheid. De schoorsteen rookte, George en zijn zonen zorgden voor de nodige import en export, de huur werd betaald, en af en toe kreeg M. een stuk lasagna van zijn hospita.

Geen opmerkingen: